Artikel 3
In dit artikel noemen en bespreken we, meer of minder uitgebreid, boeken in relatie tot psychodrama en de integrerende visie van waaruit we in ons centrum werken. Nieuwe ontwikkelingen in theorie en methodiek die interessant zijn voor psychodrama zullen we zoveel mogelijk bespreken.
Narratieve en cognitieve kortdurende hulpverlening
We willen in de komende vijf nieuwsbrieven aan de hand van een aantal boeken de cognitieve en narratieve hulpverlening met elkaar vergelijken. We bespreken het verschil tussen en de integratie van cognitieve en narratieve zelfsturing en we presenteren een nieuwe methode genaamd 'Dynamische Rolprofielen, een narratieve visie op cognitieve ontwikkeling', welke deze beide vormen van hulpverlening in zichzelf verenigt. Deze methode is ontstaan vanuit onze jarenlange ervaring in leergroepen psychodrama. Het is een integratie van de waarnemingsleer van de gestaltpsychologie en het gestaltformatieproces uit de gestalttherapie en de verdere uitwerking van de rollenmethodiek van psychodrama. De methodiek hebben we verder onderbouwd aan de hand van het werk van Prof. Dr. Stanley Greenspan, hoogleraar psychiatrie, gedragswetenschappen en kindergeneeskunde en de neuroloog Damasio. Het is een methode gericht op het in korte tijd kunnen stimuleren en ondersteunen van zelfsturing en persoonsontwikkeling bij cliënten. Het is ook een methode die geschikt is voor monodrama, een individuele werkwijze van psychodrama.
In de vorige boekbespreking
hebben we geschreven over een recent verschenen boek over aandachtsgerichte
cognitieve gedragstherapie. Hierin werd de relatie gelegd tussen bewustzijnstraining
(meditatie) en cognitieve gedragstherapie.
De narratieve visie op cognitieve ontwikkeling aan de hand van het nieuwste
veelomvattende boek van Prof. Dr. Stanley Greenspan: 'The First Idea, How
symbols, language, and intelligence evolved from our primate ancestors to
modern humans', willen wij in twee delen bespreken. Dit is een interessant
boek omdat hij een hypothese poneert die de tegenstelling tussen denken en
emotie opheft. Hij werkt zijn hypothese, dat emotie en intelligentie deel
uitmaken van eenzelfde geheel, grondig en concreet uit.
In deze boekbespreking volgt nu deel I. In nieuwsbrief 12 volgt deel II van
de boekbespreking over Greenspan, samen met de bespreking van een boek over
Teamleren.
In nieuwsbrief 13 bespreken we Narratieve Zelfsturing en Psychodrama. En in nieuwsbrief 14 gaan we dieper in op de integratie van cognitieve en narratieve zelfsturing in dynamische rolprofielen. In nieuwsbrief 15 zal onze visie op kortdurende hulpverlening en de bijzondere betekenis van psychodrama daarin, besproken worden. Deze nieuwsbrieven zullen in de loop van 2005 / 2006 verschijnen.
Wie is Prof. Dr. Stanley Greenspan?
Hij is een Amerikaans
hoogleraar psychiatrie en heeft in totaal 37 boeken gepubliceerd. De in Nederland
bekende publicaties van Greenspan zijn: 'De gevoelswereld van uw kind'
(Kosmos, 1988) 'Wat gaat er in dat hoofdje om?' (Kosmos, 2000), en 'Als uw
kind speciale aandacht nodig heeft'. Dit laatste boek wat hij samen met Serena
Wieder ( klinisch psychologe, gespecialiseerd in de ontwikkeling van zeer
jonge kinderen) geschreven heeft, gebruiken wij in onze opleidingsmodule Master
I Psychodrama. Vooral omdat hij op een zo beeldende, kleurrijke wijze inzichtelijk
maakt hoe belangrijk de aandacht voor zintuiglijke en emotionele ontwikkeling
van kinderen is. Hij beschrijft hierin een methode die hij "Floortime"
noemt waarbij kinderen gestimuleerd en begeleid worden in de ontwikkeling
van hun interactieve en communicatieve vaardigheden. In zijn methode richt
hij zich vooral op kinderen in het autistisch spectrum, maar stelt ook dat
het belang van veelvuldige interactie met betrokken ouderfiguren voor alle
kinderen bepalend is voor hun emotionele en cognitieve ontwikkeling.
Zijn nieuwste boek The First Idea (2004) heeft hij geschreven samen met Prof.
Stuart G. Shankar, een van de meest vooraanstaande autoriteiten op het gebied
van de filosofie van Ludwig Wittgenstein. Hij was een van de pioniers op het
gebied van taalonderzoek bij apen en heeft meer dan 20 boeken gepubliceerd.
Waarom een boekbespreking over Greenspan?
Greenspan richt in dit
boek zich op de vraag hoe mensen hun hoogste mentale capaciteiten ontwikkeld
hebben; namelijk de capaciteiten om te symboliseren en te denken. Hij beschrijft
hoe deze capaciteiten zich gedurende de evolutie hebben ontwikkeld. Hij richt
zich daarbij op betekenis van de culturele en sociale factoren voor de menselijke
evolutie. In zijn methode van werken met kinderen, heeft hij een narratieve
visie op cognitieve ontwikkeling. Hoewel hij zelf de term narratief niet gebruikt.
In de narratieve visie wordt de mens gezien als verhalenverteller. Het zijn
de dagelijkse gebeurtenissen die mensen voortdurend op een zinvolle wijze
ordenen tot een samenhangend geheel, een verhaal. Elke dag als we na ons werk
thuis komen hebben we veel verhalen te vertellen. De persoonlijke betekenis
bepaalt meestal welke verhalen we het eerst, of het meest uitgebreid vertellen.
We willen delen waar we 'vol' van zijn.
De persoonlijke betekenis komt voort uit de emotionele beleving. Ook de wijze
waarop we onze verhalen vertellen wordt sterk bepaald door de onderliggende
emoties en behoeften. Behoeften zijn wat we emotioneel nodig hebben. Er ontstaan
behoeften als we op de een of andere manier uit evenwicht zijn. Als we uit
evenwicht, en dus ook emotioneel zijn, willen we dit graag herstellen. Bijvoorbeeld
als we onzeker worden, hebben we behoefte aan geruststelling. Als we ons alleen
voelen, bellen we iemand op voor gezelschap. Emoties en behoeften stimuleren
ons op deze wijze tot handelen, tot interacteren. Deze soms kleine interacties
vormen de verhalen. Al van kinds af aan geven we op deze wijze 'gestaltung'
aan onze ervaring. In de gestalttherapie noemt men dit proces het gestaltformatieproces.
Daar waar we uit evenwicht zijn, waar een behoefte op de voorgrond treedt,
vormt zich een onaffe gestalt die aanzet tot handelen. Het is een dwingende
tendens in ieder mens om wat onaf is, af te willen maken. Wanneer de behoefte
wordt bevredigd spreken de gestalttherapeuten van gestaltformatie. Zo'n gestaltformatie
is een verhaal, de gestaltung van een interactie. Daar waar het gestaltformatieproces
de nadruk legt op de individuele behoeftebevrediging, richt de narratieve
benadering zich meer op de doorgaande interactie en de verhalen die daardoor
ontstaan.
Verhalen kunnen we vertellen of uitbeelden omdat we in staat zijn ervaringen
te symboliseren. Door taal kunnen we vertellen, door ons vermogen rollen te
spelen kunnen we ook verhalen uitbeelden. Greenspan stelt dat vanaf het moment
we geboren zijn, onmiddellijk zintuiglijke en emotionele gebeurtenissen ervaren.
Gebeurtenissen, zoals de stem en het gezicht van moeder, die we door herhaling
gaan herkennen en onthouden (representeren en opslaan in de hersenen). De
aandacht van het kind gaat uit naar wat interessant is, naar die zintuiglijke
prikkels die een emotie teweeg brengen. Door de emotie ontstaat een zinvolle
structuur (het lachende gezicht van moeder) en een blij gevoel van binnen,
een figuur die op de voorgrond treedt in de waarneming. Dit zijn de eerste
verhaaltjes van een baby. Moeder is het eerste belangrijke veelomvattende
symbool voor het kind. Er kan een boek geschreven worden over wat ze allemaal
met elkaar beleven.
De hypothese van Greenspan is dat emoties ten grondslag liggen aan onze capaciteit
om symbolen te creëren en ons vermogen tot denken.
Inhoud
Greenspan heeft zijn boek
ingedeeld in vier delen:
- I Oorsprong en ontwikkeling van symbolen;
- II Een nieuwe richting voor een evolutietheorie;
- III De ontwikkeling van taal en intelligentie;
- IV Ontwikkeling van sociale groepen.
In het eerste deel bespreekt
hij hoe het symboolformatieproces bij kinderen zich ontwikkelt. Hij heeft
dit uitgewerkt tot een volledig 'lifespan' ontwikkelingsmodel. Hij noemt dit
de 'functional emotional (f/e) developmental (capacities) theory'.
Mensen hebben volgens Greenspan het vermogen hun basale emoties te transformeren
naar een serie opeenvolgende complexe interactieve emotionele signalen. Hij
spreekt van "emotional signaling". Dit vermogen stelt volgens hem
een kind in staat om zintuiglijke waarnemingen te leren scheiden van voorspelbare
acties; hierdoor kan het kind zelf emotionele betekenis en zin aan zijn waarnemingen
geven. Zelfreflectie begint wanneer het kind bij emoties zijn handelen weet
uit te stellen. Hier begint ook de ontwikkeling van impulsief gedrag naar
spontaan, meer afgestemd gedrag.
Volgens Greenspan is de sleutel voor de cognitieve ontwikkeling van het kind
te vinden in de kennis van de wijze waarop het kind zintuiglijke informatie
verwerkt en emoties leert transformeren naar emotionele signalen tijdens interactie
en probleemoplossing. En vervolgens door zelfreflectie tot zelfstandige symboolformatie.
Symboolformatie is het begin van abstract denken. Een abstract begrip als
'eerlijk', of vriendschap ontstaat uit persoonlijke ervaring van het kind.
Wanneer je aan een kind vraagt: 'wat is eerlijk?' dan zal het bijvoorbeeld
vertellen: "mijn vriendje sloeg mij eerst en toen ik terugsloeg werd
ik gestraft, dat is niet eerlijk". Het abstracte begrip 'eerlijk' heeft
betekenis gekregen door een emotionele ervaring, door een klein verhaal. Naarmate
het kind meer eerlijke en oneerlijke handelswijzen van zichzelf en anderen
meemaakt in zijn leven, zal het begrip 'eerlijk' meer diepte, meer genuanceerde
betekenis krijgen. Het wordt een emotioneel rijk en genuanceerd symbool. Dit
zijn voorbeelden van de narratieve oorsprong van de cognitieve ontwikkeling
van het kind.
Wanneer een kind pauze leert aanbrengen tussen de zintuiglijke gewaarwordingen,
daaruit voortkomende emoties en het handelen, dan begint daar de zelfreflectie
en het symboolformatieproces. Door de zelfreflectie wordt het spelen met symbolen,
met andere woorden het 'denken' mogelijk.
Greenspan stelt dat zelfreflectie en het transformeren van emoties naar symbolen
de basis is van intelligentieontwikkeling. Emoties liggen volgens hem ten
grondslag aan structureren en orkestreren intelligentie.
Denken en emoties kunnen in zijn visie het geïntegreerde geheel vormen
van de cognitieve, ofwel fenomenologische werkelijkheid van ieder mens. Hiermee
biedt hij de sleutel voor een integratie van de cognitieve en narratieve aspecten
van de menselijke realiteit.
Greenspan en Moreno; erfelijkheid, conditionering en spontaniteit
In het eerste deel stelt
Greenspan dat onze sociale en cognitieve capaciteiten niet een resultaat zijn
van onze erfelijke aanleg, maar worden ontwikkeld door leerzame natuurlijke
interacties. Greenspan stelt dat geleerd gedrag niet genetisch bepaald is
maar in iedere generatie opnieuw geleerd wordt door interactie. En dat leren
niet beperkt wordt tot imitatie, maar een creatief proces is.
Hier is een interessante overeenkomst tussen Greenspan en Moreno, beiden stellen
namelijk dat de mens niet alleen door erfelijkheid en conditionering bepaald
wordt, maar dat er een derde kracht is. Dit is het vermogen een adequaat antwoord
op een nieuwe situatie te vinden, of een nieuw antwoord op een oude situatie.
Moreno sprak hier van spontaniteit.
Zowel Greenspan als Moreno benadrukken het creatieve vermogen van mensen om
vanuit en in wederzijdse interactie te leren.
Greenspan beschrijft verder dat biologische capaciteiten nodig maar niet voldoende
conditie zijn voor een individueel leren construeren van symbolen en kunnen
denken.
Dit betekent dat onze biologische potentie om van ervaring te leren, met inbegrip
van onze rudimentaire capaciteiten van waarnemen, organiseren, reageren, het
kritische substraat
vormt van de capaciteiten om te leren. Maar de noodzakelijke condities houden
ook een serie stappen in van leren, die de basis vormen voor symbolisch leren.
Deze gereedschappen om te leren moeten iedere generatie geleerd en opnieuw
geleerd worden.
Dit geldt ook voor de capaciteit om aandachtig te zijn en te interacteren
('to engage in emotional en social signaling'); het construeren van complexe
patronen, organiseren van symbolische informatie en symbolen te gebruiken
in het denken. Door deze middelen kunnen we kennis, wijsheid en empathie ontwikkelen.
Dit zijn de gereedschappen voor effectieve bescherming en veiligheid, sociale
en politieke organisaties.
Ook hier is overeenkomst met Moreno, die veel nadruk legde op de interactie
als basis van menselijke en maatschappelijke ontwikkeling. Moreno heeft veel
onderzoek verricht ( in zijn sociometrie) naar de wijze waarop interactie
plaatsvindt. Ook hij zag het symbool formatieproces als drager en uitdrukking
van het zelf en de spontaniteit. Hij heeft dit uitgewerkt in zijn rollentheorie,
en zijn concept van de surplus reality. In plaats van symboolperceptie en
symboolontwikkeling kun je bij Moreno spreken van rolperceptie en rolformatie.
Hij zag de psychodramatische rollen als vormgeving van de psyche, de sociale
rollen en cultuur conserven als vormgeving van de maatschappij.
Apen en het ontstaan van de mens
In het tweede deel van
zijn boek belicht Greenspan de evolutietheorie, aan de hand van zijn 'functional
emotional (f/e) developmental (capacities) theory'. En Shankar onderbouwt
zijn visie met het onderzoek over de communicatie en sociale ontwikkeling
van apen. Hij beschrijft met prachtige ontroerende voorbeelden hoe apen emotioneel
communiceren en daardoor een veel complexere vorm van samenleven ontwikkeld
hebben dan lang gedacht is. Ze hebben een grote diversiteit aan sociale en
psychodramatische rollen van waaruit ze communiceren en met elkaar omgaan.
Dit werpt volgens Shankar en Greenspan ook een nieuw licht op het ontstaan
van de mens.
Een belangrijk aspect van de puzzel van de evolutie is: hoe de vroege mens
leerde om te leven en werken in families en groepen, en in staat was complexe
culturen en maatschappijen op te bouwen. Hij dat schrijft dat helaas sinds
Hobbes het algemeen geaccepteerd is dat de basis van sociale en politieke
discourse en organisatie gevormd wordt door taal, waarvan ook verondersteld
wordt dat die genetisch overgedragen wordt.
Zelf gelooft hij dat de groei van complexe culturen en maatschappijen en menselijk
overleven veel meer afhangt van de menselijke capaciteit tot intimiteit, empathie
en reflectief denken en een gedeeld gevoel voor menselijkheid en werkelijkheid.
Deze aspecten vinden hun oorsprong in dezelfde emotionele processen die leiden
tot symboolformatie.
Een dualistische visie versus een holistische visie op emotie en denken
In het derde deel van
het boek wil Greenspan onder andere aantonen dat de huidige dualistische visie
op hoe de hersenen emoties organiseren, zoals verdedigd door bijvoorbeeld
neurowetenschappers als LeDoux, niet correct is. In de dualistische visie
worden emoties gezien als toestanden in de hersenen die verschillend, anders
zijn en zelfs vechten en invloed uitoefenen op logisch denken. Greenspan zegt
dat deze visie niet overeenkomt met zijn klinische observaties bij opgroeiende
kleuters en kinderen. Hij is het met deze dualistische visie dan ook niet
eens. Deze dualiteit van emotie en logisch denken kan volgens Greenspan bestaan
als gevolg van pathologie. In een gezonde ontwikkeling zijn beide systemen
(subsymbolische systemen zoals de amygdala en de cortex) ge?ntegreerd. Taal
en cognities zijn volgens hem ingebed in emoties die leiden tot symboolvorming.
Voor Greenspan zijn de processen van "emotional signaling" daarbij
de ontbrekende schakels. Interacteren door emotionele signalen en emotioneel
seinen is iets anders dan emotionele expressie als doel op zichzelf. Je zou
kunnen spreken van een emotiecommunicatie, of een intentiecommunicatie. Aan
het geven van emotioneel seinen ligt een intentionaliteit ten grondslag; er
is sprake van een gerichtheid op de wereld. Door de intentionaliteit ordenen
we onze ervaringen en deze bepaald onze gerichtheid op de wereld.
Moderne neurowetenschappers zoals LeDoux en Schacter hebben veel nieuw inzicht
gegeven over de neurale processen die ten grondslag liggen aan onze primaire
emoties, maar gaan nog steeds uit van dezelfde principes als Descartes. Zelfs
Antonio Damasio (De vergissing van Descartes, 1995) een vervent tegenstander
van de scheiding tussen rede en emotie, is nog steeds aanhanger van de biologische
oorsprong van het functioneren van onze emoties. Hoewel hij de invloed benadrukt
van emoties op de verwerking van informatie, ziet hij de primaire emoties
als gedetermineerde fenomenen.
Het bijzondere wat Descartes introduceerde is volgens Greenspan, dat deze
de passiviteit van emoties uitlegde door te verklaren dat emoties een aparte
onwillekeurige mentale staat vormen. Hij zag emoties als complexe reflexen
die opgeroepen worden door interne en externe stimuli. Hij geloofde dat ze
bestonden uit verschillende duidelijke lichaamsprocessen en sensaties en worden
geassocieerd met karakteristiek gedrag en stereotiepe gezichts-uitdrukkingen.
De moderne vertaling is volgens Greenspan een basale emotie dat gedefinieerd
wordt als een complex proces van neurale, neuromusculaire /expressieve en
experientiële aspecten.
Het feit dat een emotie als basaal gezien kan worden komt tot uitdrukking
in het feit dat emotie geassocieerd wordt met duidelijke specifieke gezichtsuitdrukkingen,
met specifieke lichaamsbeweging en -houdingen, met specifiek stemgebruik,
veranderingen in de stem, de toon, ritme, prosodie, stress en duidelijke sensaties
en chemische veranderingen in het lichaam. Vooral het werk van Ekman en Izard,
beide gevormd door het werk van Tomkins, beschrijven deze visie op emoties.
In hun theorieën
gaan ze er vanuit dat alle diverse aspecten van emotionele reacties worden
gecoördineerd en gecontroleerd bij neurale programma's. Emoties worden
behandeld als een samengestelde vorm van reflexen; namelijk een stimulus activeert
een neuraal programma
dat een neuromusculaire /expressieve autonome gedragmatig en experientiële
opeenvolging van gebeurtenissen. Het verschil tussen reflexen en emoties is
gelegen in de mate van complexiteit en de wijze van coördinatie. Vandaar
zijn emotionele reacties, zoals Descartes al beargumenteerde, onbewust en
onvrijwillig, omdat, zoals andere 'automatische acties' ze opereren op een
neuro/fysiologisch niveau dat onder de drempel ligt van introspectie en bewust
plannen.
In deze visie worden culturele
en cognitieve componenten slechts toegevoegd aan de basale emotionele reacties
om het unieke emotionele gedrag in te kaderen en te beheersen.
Dus de twee uitgangspunten van Descartes zijn:
1) De basisemoties behouden hun kenmerken gedurende het gehele leven van een
individu.
2) Deze basisemoties kunnen informatieverwerking zowel faciliteren als belemmeren,
maar de ontwikkeling en structuur van onze cognitieve en linguïstieke
faculteiten worden gezien als autonome fenomenen.
Greenspan beschrijft in
zijn boek een holistische visie en steunt daarbij onder andere ook op het
werk van Witherington (2001, Principles of Emotions and Developement), waaruit
hij zijn 'functional emotional (f/e) developmental (capacities) theory' ontwikkeld
heeft. Hierin stelt hij dat emoties een veel belangrijkere rol spelen in de
ontwikkeling van 'mind and society' dan tot nu toe gedacht werd.
Ze vormen de bron van symbolen, zijn de architect van intelligentie, de integratie
van verwerkingscapaciteiten en het psychologisch fundament van onze maatschappij.
Dit laatste werkt hij
verder uit in het vierde deel waarin hij schrijft over de niveaus van ontwikkeling
in groepen, maatschappijen en culturen.
Hij beschrijft verder nog in het derde deel van zijn boek hoe 'emotional signaling'
de missende schakel is in het werk van Piaget, de pionier op het gebied van
moderne cognitieve psychologie.
Op beide laatste aspecten kom ik terug in het tweede deel van de boekbespreking over Greenspan en leg in die bespreking de relatie naar teamleren en ook naar psychodrama.
Wat ik jammer vind is
dat Greenspan niet verder ingaat op het onderscheid tussen emoties en gevoelens
zoals beschreven door Damasio in zijn boeken: "Ik voel dus ik ben"(
2001) en "Het gelijk van Spinoza" (2003). Omdat ik denk dat gevoelens
en gevoelsontwikkeling, volgens Damasio de bewustwording van emoties, een
belangrijk inzicht kunnen geven in het vermogen een pauze in te lassen tussen
emotie en handelen. De neurologische achtergrond van het onderscheid tussen
emoties en gevoelens geeft meer inzicht in ons vermogen van zelfreflectie.
De tastzin, die volgens Damasio de basis vormt van ons zelfgevoel, speelt
een bijzondere rol bij zelfreflectie en cognitieve processen. Zoals ook Veldman
30 jaar geleden al in zijn boek over haptonomie beschreef. Volgens mij zijn
we middels ons zelfgevoel en onze lichamelijkheid in staat ons handelen te
stoppen en onze emoties te bevatten en te reguleren, en van daaruit te transformeren
tot symbolen. Het lichaam is volgens Damasio ons bewustzijn; daarmee heeft
Damasio ook een holistische mensvisie neurologisch onderbouwd. Het voert helaas
te ver nu om in deze boekbespreking dieper op het boeiende onderscheid van
Damasio tussen emoties en gevoel in te gaan.
Voor mensen die interesse hebben in het bewustzijnsvraagstuk zijn de boeken
van Damasio dan ook zeker een aanrader.
De aantrekkelijkheid van de boeken van Greenspan is de eenvoudige schrijftrant
en de ontroerende voorbeelden waarmee hij zijn theorie onderbouwt. Hij heeft
een enorme kennis
die hij in dit boek op een begrijpelijke wijze bijeen gebracht heeft. Zijn
laatste twee boeken hebben dan ook een nogal lijvig formaat. Wordt vervolgd!!!
Referenties voor de 4 artikelen over cognitieve en narratieve zelfsturing
- Allan, J. (2002) The power of tale. Chichester JohnWiley & Sons,ltd.
Fairtlough.G, Heinzen B
- Ash, M.G. (1995) Gestaltpsychology in German Culture 1890-1967
Holism and the quest for objectivity. New York Press of Cambridge
- Cornelis, A. (1999) De vertraagde tijd. Amsterdam. Essence
- Damasio, A.R.(2003) De vergissing van Descartes. Gevoel, verstand en
het menselijk brein Amsterdam. Wereldbibliotheek
- Damasio, A.R. (2003) Ik voel dus ik ben. Hoe gevoel en lichaam ons
bewustzijn vormen. Amsterdam. Wereldbibliotheek
- Damasio, A.R.(2003) Het gelijk van Spinoza. Vreugde, verdriet en het
voelend brein. Amsterdam. Wereldbibliotheek
- Giddens.A. (1991) Modernity and Self-Identity. Self and Society in
the Late Modern Age. Cambridge. Polity Press
- Greenspan,
S.I.R. (2003) Als uw kind speciale aandacht nodig heeft. Wieder, S. Simons
- Greenspan, S.I.R. (2004) The first idea. How symbols, language,and
intelligence
evolved from our primate ancestors.Cambridge. Da Capo Shankar.
S.G, Phil.D
- Hale Ann (1981) Conducting Clinical Sociometric Explorations Handbook
for psychodramatist and sociometrist
- Hoogenboezem, G. (2003) Wonen in een verhaal. Dak- en thuisloosheid
als sociaal Proces. Utrecht. Uitgeverij de Graaff.
- Jansz, J.(1991) Person, self and moral demands. Individualism contested
by collectivism. Leiden: DSWO Press.
- Kepner, J.I. (1987) Body Process. A gestaltapproach to working with
the body in psychotherapy. New York. Gardner Press
- Lambrechts, G. (2001) De gestalttherapie. Berchem EPO
- Loon, R. van (1996) Symbolen van het zelfverhaal. Assen.Koninklijke
Van Gorcum
- Loon, R. van/ Wijsbek, J.(2003) De organisatie als verhaal. Dialoog
en reflectie als uitgangspunt voor de ontwikkeling van organisators,
leiders, teams en medewerkers. Assen.Koninklijke Van
Gorcum
- Mcquaid, J.R./Carmona, P.E. (2005) Depressie overwinnen met aandacht.Amsterdam.
uitgeverij Nieuwezijds
- Mead, George, Herbert Works of George Herbert Mead, Mind, Self, &
Society From the Standpoint of a Social Behaviourist Edited and
with a Introduction by Charles W. Morris
The University of Chicago Press.
- Moreno. J.L. (1954, 3e druk 1996) Die Grundlagen der Soziometrie. Leske
en Budrich,
Opladen
- Moreno, J.L. (1946, 7e druk 1985) Psychodrama, First Volume.
- Olthof, J./ Vermetten, E. (1994) De mens als verhaal. Narratieve strategieën
in psychotherapie voor kinderen en volwassenen. Utrecht.
De tijdstroom
- Perls, F./ Hefferline, R.F. Gestalttherapy. New York. Crown
Publishers
- Goodman, P. (1980)
- Rijnders, P. (1999) Kortdurend behandelen in de GGZ. Houten/Diegem
- Jong, de T., Pieters-Korteweg, E. Bohn Stafleu. Van loghum
- Verhofstadt-Denève, L. (2001) Zelfreflectie en Persoonsontwikkeling.
Leuven. Acco
- Wheeler, G. (1991) Gestalt reconsidered. A new approach to contact
and Resistance. New York Gardner Press.
- Wilkings, Paul (1999) Psychodrama. London Sage Publications