Artikel 4 (tevens boekbespreking)
Titel: Drama-interventies
in agogische situaties
Auteur: Anton Hottinga
Uitgeverij Nelissen/Boekhandel. ISBN 90-244-17198.
Het boek bestaat uit twee delen:
Deel I gaat over spel
en speltherapie.
Hij geeft speldefinities vanuit verschillende invalshoeken waarbij de diverse
spelbegrippen, volgens de auteur, elkaar aanvullen. Een belangrijke conclusie
is: dat voor kinderen het spelen en leren nagenoeg hetzelfde is. Wanneer het
kind te weinig gelegenheid heeft gehad om te spelen, dit nadelige gevolgen
kan hebben voor de cognitieve ontwikkeling, en daardoor ook diverse competenties
op volwassen leeftijd minder tot hun recht komen.
Interessant is de betekenis van spel voor rolontwikkeling in de diverse gebieden van het maatschappelijke verkeer. De auteur schrijft daarover: "spel is een oefenwereld! Door te spelen bouw je kennis op over de werkelijke wereld, over bevoegdheden van bepaalde rollen, over de competenties van bepaalde rollen. Voor kind en volwassene is spel op die manier een oefenveld waarin ze fouten mogen maken en ontdekkingen kunnen doen over de wijze waarop ze een rol vormgeven."
Dus ook op latere leeftijd kan de volwassene in spel aangeleerde vaardigheden vertalen naar de dagelijkse werkelijkheid. In spel kan, gedurende het gehele leven, met competenties geoefend worden.
Door de wijze waarop de
auteur de betekenis van spel en speltherapie beschrijft, wordt ook de waarde
van psychodrama duidelijk. Spel is een belangrijk onderdeel van psychodrama.
Als begeleider stap je in het verhaal de cliënt, in plaats van te analyseren
en interpreteren.
Daar waar kinderen "hun dromen, wensen, belevenissen en verlangens in
hun spel uitspelen" geldt dit ook als een mogelijkheid voor volwassenen
in psychodrama. Via spel en psychodrama kan op een narratieve wijze de psychische
werkelijkheid vormgegeven en geordend worden. Dit is waar volgens Moreno,
in 'surplus reality', werkelijkheid en fantasie elkaar ontmoeten.
Door de wijze waarop de auteur over spel schrijft, wordt de narratieve betekenis van en de natuurlijke werkwijze van psychodrama heel begrijpelijk.
"Spel is niet in
eerst instantie een behandelmethode, maar een 'manier van zijn' voor een kind.
Pas in tweede instantie kan spel onder voorwaarden als behandelmethode worden
ingezet. Als de opvoedingssituatie veilig is en er geen sprake is van verwaarlozing,
dan spelen kinderen gewoon. Spel is hun favoriete dagelijkse bezigheid. De
thema's die in hun spel naar boven komen zijn in de eerste plaats een normale
verwerking van de dingen die ze in de werkelijkheid tegenkomen. Het is een
manier om terloops bezig te zijn met de alledaagse problemen en die te verwerken.
Vergelijkbaar met hoe volwassenen de neiging hebben over iets te praten en
het daarmee een plek te geven. Kinderen zijn zich niet bewust dat spel de
manier is om iets te verwerken. Ze doen dat gewoon zo. Ze hebben overigens
wel in de gaten wanneer ze een thema aanroeren dat voor hen belangrijk is,
maar ze problematiseren de dingen niet door ze te benoemen. Ze verwerken en
ordenen hun belevenissen door er over te spelen. Ze herbeleven gebeurtenissen
in hun spel. Daarmee krijgen de dingen een plek.
Behalve om hun gevoelens te uiten en hun gedachten te ordenen, dient spel
ook om hun vaardigheden te oefenen. Zo ontstaat er een begrippenkader waarmee
ze gegevenheden uit de hen omringende wereld kunnen ordenen."
Hier beschrijft de auteur de narratieve wijze waarop kinderen leren en hun ervaringen verwerken. Moreno is op het idee van psychodrama gekomen doordat hij zag hoe kinderen situaties naspeelden. Uiteindelijk is daaruit zijn begrip "surplus reality" ontstaan. Tijdens een psychodrama kan een cliënt met behulp van de psychodramatische rollen vormgeven aan zijn emotionele ervaringen, deze herbeleven, verwerken en eventueel de verhalen herschrijven. Ook het oefenen van vaardigheden met rollen wordt veel in psychodrama gedaan.
In deel II van het
boek beschrijft de auteur de toepassingsmogelijkheden van een aantal technieken
van sociodrama en psychodrama voor de social worker. Hoe door sociodrama,
via vragen en sociogrammen, in korte tijd meer inzicht in een groep verkregen
kan worden. Terecht benadrukt hij dat, om te voorkomen dat mensen gekwetst
worden, er voorzichtig met deze methode gewerkt moet worden.
De auteur beschrijft kort uit welke elementen psychodrama is opgebouwd. Vervolgens
een aantal technieken zoals het interview, rolwissel,dubbelen, spiegelen,
dialoog, monoloog en toekomst projectie. Daar waar de psychodramaturg in de
therapieruimte met de 'surplus reality' kan werken met deze technieken, daar
moet de social worker deze kunnen toepassen in de praktijk. Zoals in het ontroerende
voorbeeld van een zwaar gehandicapte man die met behulp van het liefdevol
spiegelen van zijn gedrag en expressie door de begeleidster leert om meer
contact te ervaren en ook zelf contact te maken. Of in de pedagogische thuisbehandeling,
de leden van een gezin, door bijvoorbeeld rolwisselen en spiegelen, meer inzicht
in zichzelf en de gevoelens van de anderen te laten krijgen.
De techniek van het rolwisselen is vooral bekend geworden door het oefenen
met rollenspel tijdens bedrijfstrainingen of bij het verwerken van relatieconflicten
in therapiegroepen. Maar het ging Moreno ook vooral om de toepassing van de
'rolwissel' in de werkelijke situaties. Moreno was zelf een soort social worker.
Zijn eerste onderzoeken naar het functioneren van groepen deed hij in de vluchtelingenkampen
in Oost-Europa, daarna ondersteunde hij prostituees om ook meer op te komen
voor hun belangen. Ook later in Amerika deed hij onderzoek in o.a. meisjestehuizen
en gevangenissen.
In het hoofdstuk 'Met rollenspel werken aan dilemma's' plaatst hij Moreno naast mensen als Freud, Harris en Berne, Perls, Friedeman Schultz von Thun. Berne zei ooit dat er geen therapeutische techniek is die niet eerst door Moreno gedaan is.
Moreno leefde in het opwindende
Wenen in het begin van de vorige eeuw, waar veel culturele ontwikkelingen
plaatsvonden op het gebied van literatuur, maar zeker ook op het gebied van
theater. Moreno was de eerste die aan 'theatersport' deed. Het ging hem niet
om de vastgelegde theaterrollen (die hij cultuurconserven noemde) te spelen,
maar om spontaan in het verhaal te stappen, waar zowel de spelers als het
publiek onverwachte wendingen aan kon geven. Moreno had dan zeker ook raakvlakken
met de Braziliaans theaterpedagoog Augusto Boal, die bekend geworden is met
zijn boek Theatre of the Opressed (1985). In zijn visie moet de barrière
worden opgeheven tussen de acteur en het publiek. Anders gezegd: "alleen
maar kijken naar een voorstelling zal niet erg helpen; je moet het doen".
De maatschappelijke politieke betrokkenheid had Moreno zeker gemeenschappelijk
met mensen als Brecht en Boal, echter zijn werkwijze heeft hij anders ontwikkeld.
De spontane mens stond bij hem centraal, leren door te doen.
Werkelijk inzicht ontstaat door het verhaal te ondergaan. Waardoor de hulpvrager
in psychodrama zelf een zeer actieve rol speelt. Daar waar geen oplossingen
worden aangedragen, de protagonist zelf spontaan antwoorden vindt, waarbij
voor Moreno ook 'de spontane mens' een doel op zichzelf was.
Dit boek zal, naast andere
literatuur bestudeerd worden in onze nieuwe opleidingsmodule
"Mensen leven in rollen", een onderdeel van onze basisopleiding
psychodrama, waartoe ook de leergroepen en de module "Mensen wonen in
verhalen" behoren.
Het boek van Pierre de
Laat ( Titel: Psychodrama. Een actiegerichte methode voor exploratie, reflectie
en gedragsverandering.) wordt bestudeerd in de tweede opleidingsmodule "Mensen
wonen in verhalen". Deze opleidingsmodule zal in de volgende nieuwsbrief
uitgebreid besproken worden.