Artikel
8
Zelfsturing en mentalisatie van emoties in psychodrama
Mark de Jonge
1. Inleiding
Veel cliënten komen
bij ons met de vraag hoe ze hun emoties bewuster beleven en beter sturen kunnen?
Ik introduceer in dit artikel een holistische visie en integratieve methodiek
voor het werken met emoties. In deze visie maken het lichamelijke en geestelijke
aspect van de mens deel uit van hetzelfde geheel. In dit geheel spelen emoties
een centrale rol. Emoties zijn als het ware ingebed in dit geheel. vanuit
deze visie hebben wij op de academie het concept van de integratieve rollen
ontwikkeld.
Ik beschrijf in dit artikel wat integratieve rollen zijn en hoe we het concept
van integratieve rollen op onze academie hebben ontwikkeld. We beschrijven
daarna dat er op de grens van de geestelijke en lichamelijke werkelijkheid
vier actieve basisfuncties zijn: zelfregulatie, zelfgevoel, zelfreflectie
en zelfsturing, die ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van de integratieve
rollen. In het mentalisatie proces van de integratieve rollen zijn drie fasen
te onderscheiden:
1 De fase van betekenisgeving
2 De fase van symbolisatie
3 De fase van mentalisatie
De dynamiek van deze vier functies met de drie fases hebben we uitgewerkt
in ons Zelfreflectie-Ontwikkel-model dat we aan het eind in dit artikel verder
zullen introduceren. De concepten van de integratieve rollen en de Zo-methode
vormen een onderdeel van het narratief persoonmodel wat we op onze academie
ontwikkelen.
2. Wat is de betekenis van emoties?
Emoties overkomen ons
vaak, kunnen ons in beslag nemen, gaan soms zelfs met ons op de loop. Bij
het oplossen van veel dilemma's in ons leven is het kunnen begrijpen en hanteren
van de bijbehorende emoties noodzakelijk. Dit roept een aantal vragen op;
wat zijn emoties, hoe ontstaan emoties, wat is het doel van emoties, hoe uiten
we emoties, hoe slaan we emoties op in onze hersenen?
Door emoties kunnen we overleven. (Ekman, 2003) We kunnen adequaat reageren
op bedreigingen en mogelijkheden tot overleven effectief benutten. Maar emoties
hebben meer functies.
Emoties worden door veel wetenschappelijk onderzoekers steeds meer gezien
als een belangrijke bron en vormgever van intelligentie. Emoties zijn expressief
in het lichaam, zetten aan tot actie, drukken zich uit door middel van motoriek
en lichaamshouding, en geven betekenis aan onze taal. Onze ervaringen worden
ook als zodanig samenhangend in de vorm van rollen en verhalen opgeslagen
in onze hersenen. In de neuropsychologie wordt zelfs gesproken over het 'narratieve'
geheugen (Siegel, 1999) dat wil zeggen dat we onze ervaringen als herinneringen
ordenen in rollen en verhalen. Hierbij schijnen emoties een verbindende factor
te zijn tussen de verschillende hersengebieden, die door samen te werken,
gezamenlijk deze verhalen tot stand brengen. Psychodrama is als narratieve
methode, bij uitstek geschikt om door middel van de 'rolmethodiek' hier vorm
aan te geven.
We hebben in een aantal eerdere artikels de relatie gelegd tussen het werk
van J.L. Moreno, de grondlegger van psychodrama en het gedachtegoed van de
Amerikaanse psychiater Greenspan (2004,2006).
Stanley Greenspan geeft in zijn theorie en methodiek voor het werken met kinderen,
meer inzicht in de betekenis van de emotie:
(1) Voor de ontwikkeling van ons denken,
(2) Voor het stimuleren van ons handelen,
(3) Als richting bepalend in onze interacties,
(4) Als sturend in de mentalisatie processen van onze interacties,
(5) Als verbinding leggend tussen de verschillende hersengebieden.
Dit alles betekent dat lichaam en geest niet, zoals Descartes veronderstelde, twee gescheiden werkelijkheden zijn. Damasio (2003) beschrijft hoe bewustzijn begint in het lichaam. De geest vloeit, volgens hem als het ware uit het lichaam voort. Als de twee verbindende schakels tussen lichaam en geest beschouwt hij emotie en gevoel. Emotie geeft betekenis aan zintuiglijke indrukken en lichaamsveranderingen. Deze betekenisgeving kan door gevoelsontwikkeling (Damasio, 2003) via het zelfgevoel en zelfreflectie worden gesymboliseerd (Greenspan, 2004) door taal en beelden. Deze ervaring slaan we op in onze hersenen. En we kunnen aan deze ervaring terugdenken en opnieuw beleven. Zo leren we denken. (Greenspan, 2004) Ons denken komt in die zin voort uit onze lichamelijke en emotionele ervaringen. Door emoties ontstaan volgens Damasio (2003) gevoelens.
" Emoties en
de daaraan gekoppelde verschijnselen vormen het fundament van de gevoelens,
de mentale gebeurtenissen die de grondslag vormen van onze geest
.."
(Damasio 2003:32)
Damasio sluit daarmee
aan bij de Lakoff en Johnson (1999) en hun gedachte van de belichaamde geest.
Belangrijke cognities komen volgens hen direct voort uit ons emotioneel en
lichamelijke functioneren. Cognities zijn in feite mentalisaties, middels
taal en/of beelden, van emotionele en lichamelijke ervaringen. Meer inzicht
krijgen in deze processen van mentalisatie kan voor psychotherapie van grote
waarde zijn.
In psychodrama zijn we steeds meer gaan werken vanuit de samenhang tussen
lichaam en geest. Cliënten konden daardoor hun emoties bewuster gaan
ervaren, daar meer zinvolle betekenis aan ontlenen en ze ook beter leren sturen.
Vanuit het meer lichaamsgericht werken in psychodrama hebben wij het concept van de integratieve rollen ontwikkeld. Het werken met deze rollen blijkt erg behulpzaam het moduleren van emoties wanneer er bijvoorbeeld sprake is van emotionele dysregulatie bij cliënten. De integratieve rollen brengen ook het mentalisatieproces duidelijker in beeld, en geven de mogelijkheid dit proces te ondersteunen.
3. De ontdekking van de integratieve rol
Adeline Salomé-Finkelstein
en Hannah Salomé werkten in de begin jaren '90 in psychodramagroepen
met een techniek die de 'persoonlijkheidsstructuur' wordt genoemd. Hierbij
kan de protagonist zijn verschillende 'íkken' met behulp van de groepsleden
in de ruimte opstellen.
Deze 'symbolische ikken', ook wel subpersonen genoemd, zijn een weergave van
de beleving van innerlijke wereld van de protagonist (de hoofdrolspeler).
De subpersonen kunnen tijdens het werken in de persoonlijkheidstructuur met
elkaar praten. Op deze wijze kan de protagonist in korte tijd zichzelf (met
zijn eigenschappen, emoties, kwaliteiten etc.) beter leren kennen en kunnen
bijvoorbeeld innerlijke dilemma's worden opgelost. Vanuit mijn achtergrond
als Gestalttherapeut en lichaamsgericht therapeut heb ik in samenwerking met
Hannah en Adeline deze in eerste instantie cognitieve gedragsmethode verder
ontwikkeld door deze subpersonen op een steeds meer lichaamsgerichte en emotionele
wijze te laten vormgeven. Hierdoor werd concreet zichtbaar hoe deze subpersonen
zich uitdrukken in lichaamshouding, motoriek, gezichtsexpressie, stemgebruik
en gedachten. Bovendien werd duidelijk hoe al deze lichamelijke aspecten van
de subpersonen in de beleving van de protagonist steeds een zinvol samenhangend
geheel vormden.
Dit geheel zijn we de 'integratieve rol' gaan noemen. Een integratieve rol
is dus de verdere lichamelijke en mentale vormgeving van een eigenschap, een
emotie, gedachte of een kwaliteit. De integratieve rollen bleken min of meer
gefragmenteerd of soms ook als gehelen, structureel in de persoon aanwezig
te zijn.
Het wordingsproces dat leidt tot bewuste waarneming en vorming van de integratieve
rollen noemen we het rolformatieproces. Het kunnen waarnemen van de integratieve
rollen noemen we rolperceptie. Door het werken met de persoonlijkheidsstructuur
werd de protagonist zich bewuster van deze integratieve rollen. De protagonist
ontwikkelde door training het vermogen van bewuste rolperceptie en zelfsturing
naar rolformatie. En door het contact maken met de lichaamsgerichte aspecten,
als instrument voor rolperceptie, kan de protagonist de integratieve rollen
ook beter tijdens situaties in het dagelijkse leven gaan herkennen.
Integratieve rollen ontstaan en ontwikkelen zich in onze jeugd, en gedurende
ons gehele
verdere leven. Ze vormen een geheel van lichamelijke en psychische structuren
door de
herhaling van de vele interacties met voor ons emotioneel belangrijke mensen.
Deze
structuren kunnen zich weliswaar verder ontwikkelen, maar worden steeds herkenbaar
gereproduceerd.
4. Wat zijn integratieve rollen?
De integratieve rollen
zijn patronen die laten zien en beleven hoe we vorm geven aan onze psychische
werkelijkheid tijdens interactie met de omgeving. Ze vertellen iets over hoe
we ons in de verschillende situaties van ons leven gedragen, welke emoties
we daarbij ervaren en wat we erbij denken. Integratieve rollen worden dan
ook voelbaar en zichtbaar, zowel voor ons zelf als anderen, door beweging,
gezichtsuitdrukkingen, stemgebruik, lichaamshouding, en taal. De samenhang
van deze verschillende aspecten ontstaat door de emotionele beleving. Voorbeelden
van integratieve rollen zijn: plezier, vastberadenheid, vertrouwen, genegenheid,
de verwijtende etc.
Het zijn patronen die ontstaan uit en vormgeven aan de integratie van zintuiglijke
indrukken, motoriek, emoties, en gedachten. Ofwel de integratie van lichaam
en geest. Bij deze integratie staat de emotie centraal. Steeds meer wordt
emotie gezien als een bron van intelligentie. Ook door nieuwe ontdekkingen
in de neurologie wordt duidelijk hoe belangrijk
emoties zijn voor de samenwerking van de verschillende hersengebieden. Dit
roept een aantal vragen op; wat zijn emoties, hoe ontstaan emoties, wat is
het doel van emoties, hoe uiten we emoties, hoe slaan we emoties op in onze
hersenen?
Emoties zijn in feite een vorm van psychisch en/ of lichamelijk 'in beweging
zijn': op een ontspannen zondagmorgen staan in de zon, en genieten van de
warmte en het onbezorgde gevoel; emoties zetten ons ook vaak aan tot handelen;
als we bang zijn gaan we op de vlucht, of als we boos zijn vallen we aan,
als we genegenheid ervaren kunnen we de ander teder aanraken. Het lichamelijk
in beweging zijn, wordt door de emotie een psychisch in beweging zijn.
Vaak herkennen we de emoties die in een lichaam tot uitdrukking komen op dezelfde
wijze : de tedere handbeweging van de dirigent, de sierlijke lichaamsdraai
en het overtuigende schot op doel van de voetballer , het boze stemgeluid
en de geërgerde blik van de leraar die een klas tot stilte maant, de
verdrietige blik bij een afscheid, het vrolijke spel van kinderen.
Om meer inzicht te geven
hoe integratieve rollen vanuit emoties ontstaan, onderscheid ik drie belangrijke
functies bij emoties:
- Emoties als vorm van beleven.
- Emoties kunnen primair gericht zijn op overleving
- Emoties als signalen, intentioneel gericht op anderen.
1) Emoties als vorm van
beleven
Emoties geven betekenis aan hoe we iets beleven, wat iets of iemand voor ons
betekent. Emoties vinden plaats in relatie tot gebeurtenissen ( je bent blij
als je een prijs gewonnen hebt), in relatie tot objecten ( je geniet van de
schoonheid van een schilderij van Rembrandt) en in relatie tot mensen (Door
emoties kunnen we geven om en hechten aan familie en vrienden)
2) Emoties kunnen primair
zijn gericht op overleven
Emoties zijn noodzakelijk om te kunnen vechten voor wat we nodig hebben en
te overleven bij situaties waar we bedreigd worden ( bijvoorbeeld uit angst
gaan vluchten of boos beginnen te vechten). Deze emoties zijn vaak sneller
als ons denken. Als er onverwachts een vrachtauto op je afkomt, spring je
geschrokken aan de kant, soms al voordat je tijd hebt na te denken over wat
er gebeurt. Het gebeurt in een reflex. Voordringen om in een volle trein te
komen is even agressief als in een appel bijten en deze tot kleine stukjes
vermalen. Maar ook het vechten om eerste te worden bij een marathon hardlopen
is een emotioneel proces.
3) Emoties hebben een
signaalfunctie in communicatie naar anderen
Emoties zijn ook altijd in meer of mindere mate expressief dat wil zeggen;
ze zijn zichtbaar in het lichaam. Je kunt ze herkennen aan de toon, het volume
en het ritme van de stem, gezichtsexpressie, de motoriek, de algehele lichaamshouding.
Emoties kunnen als uitdrukking van een beleving dan ook een signaalfunctie
naar de ander hebben. Je laat zien, horen of voelen wat iets of iemand voor
je betekent, wat je behoefte is of wat je grenzen zijn.
De integratieve rol 'genegenheid' kunnen we tonen, door een arm om de schouder
van een vriend, een warme blik en hartelijke woorden. Degene voor wie de genegenheid
bestemd is, voelt de wijze van aanraken, ziet het vriendelijke gezicht en
hoort de aardige woorden die worden gesproken. Hoe vaker we genegenheid kunnen
tonen, en genegenheid van dierbare anderen ervaren, hoe kleurrijker en betekenisvoller
wij deze integratieve rol ontwikkelen.
Gedurende de gehele dag
zijn al deze functies van emoties gelijktijdig dan wel afwisselend, actief.
Voortdurend verbinden de functionele en emotionele momenten van ons leven
zich met elkaar. Vandaar uit worden ook de integratieve rollen gevormd.
Neem bijvoorbeeld het functionele gedrag van naar een kapstok lopen om een
jas te pakken. Dit functionele gedrag kan op verschillende manieren een integratieve
rol worden. Je loopt blij naar de kapstok om je jas te pakken want je hebt
echt zin om naar buiten te gaan. ( emotie als beleving), of het huis waar
je bent staat in brand, je rent voor je leven naar de kapstok ( ondanks de
dreiging besef je dat het buiten 10 graden vriest , en dat je de jas nodig
hebt) en angstig vlucht je het huis uit ( emotie als overleving), of je loopt
naar de kapstok om de jas van je sympathieke gast te pakken en je reikt deze
met respectvolle genegenheid aan ( de emotie heeft hier vooral een signaalfunctie).
Integratieve rollen zijn historisch gevormd. Als we in onze gedachten naar
een situatie gaan waar we op vastberaden wijze hebben gehandeld, opnieuw in
het verhaal van dat moment stappen, dan kunnen we door middel van onze gedachten,
emoties en ons handelen 'de integratieve rol vastberadenheid' in het verhaal
opnieuw, vanuit onze herinnering, ervaren. De verschillende situaties (verhalen)
waarin we vastberaden zijn geweest, of waarin we anderen vastberaden hebben
zien optreden hebben inhoud en betekenis aan deze integratieve rol gegeven.
Op deze wijze hebben we integratieve rollen opgeslagen ( gementaliseerd) in
onze hersenen. En kunnen we deze oproepen, verder ontwikkelen in nieuwe situaties.
5. Dysregulatie en
emotiemodulatie
In ons dagelijks leven raken we voortdurend zowel fysiologisch als psychisch
uit evenwicht. Als we het warm hebben gaan we zweten en doen een trui uit.
Als we dorst hebben gaan we drinken. Als we bang zijn trekken we ons terug,
soms zelfs zonder dat we dit doorhebben. Als we nieuwe informatie krijgen
willen we deze begrijpen en moeten we dit verwerken. Als we blij zijn willen
we dit uiten. Bij teveel prikkels trekken we ons terug. Voortdurend brengt
het leven ons uit evenwicht. Door de natuurlijke processen van zelfregulatie
wordt het evenwicht weer hersteld. Bij processen deze zelfregulatie spelen
emoties een belangrijke rol.
Zelfregulatie is met name gericht op fysiologisch evenwichtsherstel, op stabilisering
en regulering van emoties en informatieverwerking. Het proces van fysiologisch
evenwichtsherstel wordt ook wel de homeostase genoemd. Homeostase is het vermogen
van een organisme om het interne milieu constant te houden.
We kunnen echter emotioneel ook te sterk ontregeld worden. We kunnen overspoeld
worden door angst, zodanig dat we in paniek raken. Overmand door verdriet
of overvallen door een woede aanval. We kunnen wegzakken in een diepe somberheid.
We kunnen euforisch worden van vreugde, hyper van opwinding, huilen van blijdschap,
zonder te kunnen stoppen. In deze voorbeelden is in meer of mindere mate sprake
van een vorm van dysregulatie. Vaak zullen we door de natuurlijke processen
van zelfregulatie, die ook onze homeostase bewaken, na kortere of langere
tijd het evenwicht wel weer hervinden. Maar wanneer de zelfregulatie niet
voldoende functioneert, en dit erg veelvuldig optreedt, kan het ook ons sociale
functioneren ontregelen.
Ekman ( 2003) beschrijft hoe moeilijk het is emoties te controleren, ze zijn
ons bewustzijn meestal te snel af. Voor emotioneel kwetsbare mensen is dit
nog moeilijker. Vooral omdat een bepaalde biologische aanleg daarbij een grote
rol kan spelen.
Emotionele kwetsbaarheid heeft volgens Linehan ( 1996:14,15) de volgende kenmerken:
1) een zeer grote gevoeligheid voor emotionele stimuli.
2) erg sterke reacties op emotionele stimuli.
3) een trage terugkeer naar het emotionele basisniveau bij emotionele prikkeling.
Bij kwetsbare mensen kan er dan ook vaak een langer durende emotiedysregulatie optreden.
"Emotiedysregulatie bij bijvoorbeeld bordeliners bestaat dus uit een emotioneel reactiesysteem dat overgevoelig en overactief is, gecombineerd met onvermogen de daaruit voortkomende sterke emoties en gedragingen te moduleren. In zijn geheel is de aanleg tot emotiedysregulatie biologisch bepaald ( hoewel niet noodzakelijk op basis van erfelijkheidsfactoren). Een disfunctie in enig deel van het uitermate complexe menselijke emotie regulatiesysteem kan de biologische basis vormen voor de oorspronkelijke emotionele kwetsbaarheid en de daaruit voortvloeiende problemen bij het moduleren van de emoties. De biologische aanleg kan dus verschillen van mens tot mens en het is niet waarschijnlijk dat we ooit een biologische afwijking zullen vinden die ten grondslag ligt aan alle gevallen van BPS."
Linehan benadrukt hier
enerzijds de invloed van de biologische aanleg op en anderzijds de mogelijkheid
tot bewuste controle van denken, voelen en handelen. Aan de ene kant is er
de biologie van de zelfregulatie processen en aan de andere kant de mogelijkheid
tot emotiemodulering. Linehan heeft hiervoor een eigen cognitieve gedragsmethodiek
voor ontwikkeld.
Emotiemodulering is volgens
Linehan (1996:14,15) het vermogen om:
1. ongepast gedrag te onderdrukken dat met sterke emoties samenhangt
2. zichzelf tot gecoördineerde actie te brengen ten behoeve van een extern
doel (d.w.z. zich te gedragen op een manier die, indien nodig, niet stemmingsafhankelijk
is)
3. elke fysiologische prikkeling die de sterke emotie heeft opgeroepen zelf
af te zwakken, en de aandacht op iets anders te richten als een sterke emotie
aanwezig is.
In feite beschrijft ze de overgang van zelfregulatie naar zelfsturing van emoties . De overgang van dysregulatie naar zelfsturing bevindt zich op een grensvlak van onbewust naar meer bewust waarnemen en handelen. Dit vraagt een vorm van gerichte aandacht en beheersing van expressie en gedrag. Dit kan in een sociale context, zoals en psychotherapiegroep, worden getraind. Bij sommige heftige emoties en wanneer er sprake is van grote kwetsbaarheid kan dit een lange weg zijn. Soms, wanneer er sprake is van een biologische aanleg is deze training alleen mogelijk met enige ondersteuning van medicatie.
6. Mentalisatie van
emoties in psychodrama door te werken in de
persoonlijkheidstructuur
In onze psychodramagroepen
benaderen we emotiemodulering als een vorm van integrale cognitieve zelfsturing
waarbij we gebruik kunnen maken van de hierboven beschreven integratieve rollen.
Dat wil zeggen dat tijdens een psychodrama de emoties van de cliënt,
voor zover mogelijk, in relatie worden gebracht met de fysieke expressie,
en gekoppeld aan de bijbehorende gedachten. Hierdoor kan bij de cliënt
de emotie als onderdeel van een groter geheel, de integratieve rol, worden
ervaren. De emoties worden op deze wijze beter beheersbaar, en kunnen op den
duur in de sociale context waar deze emoties optreden beter, en meer afgestemd
geuit worden.
In dit proces naar integratieve rolontwikkeling maken we gebruik van vier
basisfuncties van het menselijk functioneren: .
1. Zelfregulatie
2. Zelfgevoel
3. Zelfreflectie
4. Zelfsturing
Zelfregulatie ligt aan
de basis van ons bestaan. Daar waar we als mens geraakt worden, veel zintuiglijke
indrukken en/of informatie te verwerken krijgen zijn we uit balans. De natuurlijk
processen van zelfregulatie helpen het evenwicht weer herstellen. Dit neemt
op dat moment onze korte of langere tijd onze aandacht en energie in beslag.
Het kan ook tijd kosten voor de balans weer hersteld is. Soms, wanneer de
emoties diep gaan en/of heftig zijn kan het nodig zijn de opkomende emoties
eerst te beheersen, door het gedrag dat uit deze emoties voortkomt cognitief
en fysiek te controleren door zelfsturing. Het handelen wordt dan vertraagd
en daardoor ontstaat er een psychische ruimte voor zelfreflectie. In deze
ruimte kan het zelfgevoel sterker worden door voldoende bewustwording van
emoties, zodat daarbinnen de emotie lichamelijk en psychisch 'gevat en bevat'
kan worden. Op deze wijze komt een integraal mentalisatieproces bij de cliënt
op gang. In het onderstaande Zelfreflectie- Ontwikkel-model wordt dit in beeld
gebracht
Daarbij onderscheiden
wij drie fasen:
" De fase van betekenisgeving
" De fase van symbolisatie
" De fase van mentalisatie
De eerste fase is de betekenisgeving. Bij het werken in de persoonlijkheidsstructuur
besteden we in die fase veel aandacht aan de lichaamsbeleving, het fysieke
aspect van het zelfgevoel. Wanneer de cliënt meer bewustzijn heeft van
zijn lichaam geeft dat vaak houvast in het bevatten van emoties. Door de emotionele
beleving die ten grondslag ligt aan de betekenisgeving van dat moment, ontstaat
het psychisch aspect van het zelfgevoel. Deze fase noemen wij de betekenisgeving.
Door het zelfgevoel kan de emotie verwoord of anderszins uitgebeeld worden.
Dit is de symbolisatiefase. De cliënt verliest zich dan niet meer in
de emotie, maar kan er naar kijken.
Daarmee begint de zelfreflectie die de zelfsturing ondersteunt.
Psychodrama biedt de mogelijkheid
om alles wat de cliënt psychisch ervaart met behulp van groepsleden in
de groepsruimte uit te beelden. De groepsruimte wordt als het ware de psychische
ruimte van de cliënt, waar de emoties met bijbehorende lichaamsbeleving
in de ruimte neergezet kunnen worden als integratieve rollen in een persoonlijkheidstructuur.
Hierdoor wordt ook de innerlijke dynamiek van de cliënt in beeld gebracht.
De cliënt heeft de mogelijkheid zich ermee te identificeren; in de ruimte
op de plek van deze de rol te gaan staan en deze zelf bewust te ervaren, of
door rolwissel met behulp van een groepslid die vervolgens deze rol uitbeeldt,
zelf op de een andere plek in de ruimte te gaan staan en ernaar te kijken.
Door herhaalde rolwissels wordt de betekenis van de emotie steeds bewuster
in het lichaam ervaren, en door het verwoorden van de betekenis kan deze ook
in de sociale context geplaatst worden, en vervolgens bewust gementaliseerd
worden. Dit noemen wij de mentalisatiefase. Mentaliseren definieer ik als
het met aandacht bewust opslaan in de hersenen. In de hersenen worden mentale
kaarten gevormd van de samenhang van de lichaamstoestand, de motoriek, de
emotie en de symbolisaties. Deze kaarten zijn in deze context de representaties
van de eerder genoemde integratieve rollen. Op deze wijze maken de emoties
deel uit van grotere gehelen. Deze gehelen treden vaak op dezelfde wijze op.
Door deze integratieve rollen bewust op te roepen, als een vorm van training,
kunnen deze verder gementaliseerd worden. Op deze wijze wordt de integratieve
rol zodanig gementaliseerd dat de zelfsturing toeneemt.
Door gevoelens worden
we bewust van onze lichamelijke, emotionele maar ook onze mentale ervaring.
(Damasio, 2003) Hierdoor is zelfreflectie mogelijk. Betekenisgeving en het
denken wat zich op deze wijze van daaruit door symbolisatie ontwikkelt, is
een integratief proces.
Door de herhaling vindt de bewuste mentalisatie plaats. Damasio beschrijft
hoe door processen van zelfregulatie een geestelijke werkelijkheid zich ontwikkelt.
Maar er is ook een actief 'Ik-aspect' bij de vorming van onze persoonlijkheid.
(Fonagy e.a., 2005) Dit is in het bovenstaande model weergegeven in het rode
vlak. Een 'Ik' dat keuzes maakt. Een 'Ik' dat zichzelf kan waarnemen. Het
'Ik' als de denkende, voelende, willende, handelende, observerende en evaluerende
instantie in de persoon. Het 'Ik' is dus meer proces als inhoud.
Hierbij kan het 'Ik' gebruik maken de vier basisfuncties van functioneren:
zelfregulatie, zelfgevoel, zelfreflectie en zelfsturing. Op deze wijze kunnen
emoties bewuster worden beleefd en gestuurd
Psychodrama heeft de methodiek om deze complexe dynamiek vorm te geven. En
in dit proces de cliënt te helpen meer inzicht te krijgen in zijn dilemma's
met de bijbehorende emoties en deze voorzover mogelijk ook op te lossen.
De cliënt kan op deze wijze de verhalen van zijn identiteit vertellen
en beleven, en deze ook zelf meer richting en vorm geven. De belichaming,
de symbolisering en de mentalisering van de emoties bieden de inhoud en structuur
in de vorm van taal, beelden, rollen en verhalen. Op deze wijze wordt de ontwikkeling
van de identiteit ondersteund.
Literatuur
Buytendijk, F.J.J ( 1948) Algemene theorie der menselijke houding en beweging.
Standaard-
Boekhandel Antwerpen.
Cassee, A.P. (1967) Het ik-begrip in de psychoanalyse. Een empirisch psychologisch
onderzoek. Swet&Zeitlinger. Amsterdam
Damasio, A.R (2003) De vergissing van Descartes. Gevoel, verstand en het menselijk
brein.
Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam
Damasio, A.R. (2001) Ik voel dus ik ben. Hoe gevoel en lichaam ons bewustzijn
vormen.
Uitgeverij Wereldbibliotheek, Amsterdam.
Damasio, A.R. (2003) Het gelijk van Spinoza. Vreugde, verdrieten het voelende
brein.
Uitgeverij Wereldbibliotheek.
Darwin, C (2001) Het uitdrukken van emoties bij mens en dier. Met inleiding,
nawoord en
commentaar van Paul Ekman. Uitgeverij Nieuwezijds. Amsterdam.( Oorspronkelijk
eerste versie 1872 gepubliceerd)
Dekkers, W.J.M (1985) Het bezielde lichaam. Het ontwerp van een antropologische
fysiologie en geneeskunde volgens Buytendijk. KerckeboschBV-Zeist.
Ekman, P. (2003) Gegrepen door emoties. Wat gezichten zeggen. Uitgeverij Nieuwezijds,
Amsterdam
Fonagy, P& Gergely, G.& Jurist, E.L.& Target, M. (2005) Affectregulation,
Mentalization,
and the development of the self. Karnac, London / New York
Gibbs,Jr. R.W. (2006) Embodiment and cognitive science. Cambridge. New York.
Greenspan, S.I & Shankar, P. S.G (2004) The first idea. How symbols, language,
and
intelligence evolved from our primate ancestors to modern humans. Da Capo
Press
Cambridge
Greenspan, S.I. ( 1997) The growth of the mind and the endangerd origins of
intelligence.
Reading, Maas: Addison Wesley Longman.
Greenspan, S.I. (1999) Building healthy minds: The six experiences that create
intelligence
and emotional growth in babies and young children. Cambridge, Mass: Perseus
Publishing
Greenspan, S.I. and S.Wieder (1998) The child with special needs: Encouraging
intellectual
and emotional growth. Reading, Mass:perseus Publishing
Greenspan, S.I, Wieder, S (2006) Engaging Autism. Using the Floortime Approach
to Help
Children Relatie, Communicate, and Think. Da Capo Press U.S.
Greenspan, S.T. , Wieder, S (2006) Mental health. Infant and Early Cildhood.
Acomprehensive Developmental Approach to Assesament and Intervention. American
Psychiatric Publishing, Inc. Washington DC, London England
Kellerman, P. F. (1996) Focus on Psychodrama. The therapeutic aspects of psychodrama.
Jessica Kingsley Publishers, London
Knapen, M. (1986) Tasten in het duister, voelen in het licht. Een haptonomische
studie over
mensen die blind zijn in een wereld van mensen die zien. ISBN 90-800092-2-9
Lakoff, George, Johnson, Mark (1999) Philosophy in the flesh. The embodied
mind and its
challenge to western thought. Basic Books. New York.
Linehan, M.M.(1996) Borderline Persoonlijkheidsstoornis. Swets&Zeitlinger
Publishers
Linschoten, J (1959) Op weg naar een fenomenologische psychologie. De psychologie
van
William James. Erven J.Bijleveld,Utrecht
Mead, G.H. (1967) Works of geaorge Herbert Mead, volume I , Mind, Self, &
Society from
the standpoint of a social behaviourist. Edited and with an introduction by
Charles
W. Morris. The university of cChicago Press. Chicago and London. (Oorspronkelijk
1934)
Moreno, J.L. ( 1985) Psychodrama. First Volume. Fourth edition with new introduction.
Beacon house 1985
Moreno, J.L. & Moreno, Z.T. (1975) Psychodrama. Second Volume. Foundations
of
Psychotherapy. Beacon House, New York
Moreno, J.L. & Moreno Z.T. (1975) Psychodrama. Third Volume.Action Therapy
&
principles of practice. Beacon House. New York
Moreno, J.L. ( 1959) Gruppenpsychotherapie und Psychodrama Georg Thieme Verlag
Stuttgart. New York
Moreno, J.L. (1974) Die grundlagen der Soziometrie. Wege zu neuornung der
Gesellschaft
Leske +Budrich, Opladen 1996.
Moreno, J.L. (1981) Soziometrie als experimentelle Methode. Junfermann-Verlag-Paderborn
Reihe bibliotheca Psychodramatica Band 4 Herausgegeben von Hilarion Petzold
Moreno, Z.T. & Blomkvist, L.D.& Rutzel, T. Psychodrama, surplus reality
and the art of
healing. Routledge, London and Philadelphia.
Perls, Goodman, Hefferline.(1980) Gestalt Therapy.Julian Press America.
Thagard, P. (2005) Mind. Introduction to cognitive science. The Mit Press.
Cambridge.
Thagard, P (2006) Hot thought. Mechanisms and applications of emotional cognition
Mit Press. Cambridge.
Veldman, F. (1987) Haptonomie. Wetenschap der affectiviteit. Uitgeverij Erven
J. Bijleveld.Utrecht
Verhofstadt-Denève, L (2001). Zelfreflectie en persoonsontwikkeling.
Een handboek voor
ontwikkelingsgerichte psychotherapie. Acco, Leuven / Leusden
Zijderveld, A.C. (1975) De theorie van het symbolisch interactionisme. Boom,
Meppel