Artikel
9
Psychodrama, een integrale groepsbenadering
Mark de Jonge
1. De betekenis
van tele en overdracht voor psychodrama als geïntegreerde groepsbenadering
Overdracht is een concept en therapeutisch gereedschap dat door Freud is ontwikkeld.
Overdracht vindt plaats in de therapeutische relatie wanneer een cliënt
intense gevoelens naar belangrijke mensen uit het verleden overdraagt naar
de therapeut. Er is sprake van positieve en negatieve overdracht.
De cliënt herhaalt daarbij horende oude gedragspatronen, waardoor de
overdracht concreet zichtbaar wordt in de relatie. Op deze wijze kunnen oude
conflicten, geanalyseerd en uitgewerkt worden.
Moreno zegt dat overdracht naar een rol plaats vindt, en niet naar de hele
persoon. Het is een warming-up proces waardoor bepaalde complementaire rollen
in cliënt en therapeut, voorgrond worden, en zich ontwikkelen van waaruit
beide zich tot elkaar verhouden. Bijvoorbeeld de therapeut krijgt/ neemt de
rol van de autoritaire vader en de cliënt neemt/ krijgt de rol van het
opstandige kind. Het is moeilijk te bepalen welke rol er het eerst is. Moreno
wil dan ook niet spreken van overdracht en tegenoverdracht, dat vindt hij
een te ongelijkwaardige voorstelling van zaken. Het warming-up proces kan
opgang komen door een enkele blik van cliënt of therapeut, of de wijze
waarop er iets gezegd wordt (de obvious) waardoor de vader/ kind relatie voorgrond
wordt met de daarbij horende (neurotische) behoeften. Waarna het acting out
gedrag plaats vindt. Dit proces speelt zich niet alleen binnen in de therapeutische
relatie af maar ook in werkrelaties, partnerrelaties, groepen etc.
" Every individual, just as he is the focus of numerous attractions
and repulsions appears, also, as the focus of numerous roles which are related
to the roles of other individuals"
(Moreno Volume 2, 1975
pag 6). Op grond van deze complementaire rollen kan eraantrekking of afstoting
plaats vinden tussen mensen. Naast dit proces van overdracht beschrijft Moreno
nog een ander proces, Moreno (1975, Volume 2 pag 6):
"In the course of continued sessions the transference may recede more
and more and be replaced by another type of attraction towards the actual
being, an attraction which was there already in the beginning, but somewhat
clouded by and disfigured."
Dit noemt Moreno het tele-proces wat de diepere grond is voor het proces van
aantrekken en afstoten, wat verantwoordelijk is voor het wel of niet ontstaan
van bijvoorbeeld groepscohesie.
" It can be said that the stability of a therapeutic relationship
depends upon the strengh of the cohesion operating between the two participants.
Tele is a cohesive force at work which stimulates stable partnership and permanent
relations".
Moreno (1975 Volume 2 pag 6).
Hier is sprake van tweerichtingsverkeer, het gaat verder als Zweifühlung
(bijv. empathie vanuit de therapeut naar de cliënt), het is Zweifühlung
waar ook de cliënt intuïtief invoelt, aanvoelt wat het werkelijke
wezen van de therapeut is. Moreno (Volume l blz 9):
"Tele is a primary, transference a secondary structure. After transference
vanishes, certain tele conditions continuo to operate. Tele stimulates stable
partnerships and permanent relations. It is assumed that in the genetic developement
of the infant tele emergies prior to transference."
Overdracht ziet Moreno als een fase van bewustzijnsvernauwing in het tele
proces, ontstaan door het warming-up proces naar een rol.
Een psychodramaturg interpreteert dit warming-up proces niet, maar vraagt
de protagonist een of meerdere auxiliary ego's te kiezen waardoor de protagonist
de kans krijgt contact te maken met belangrijke aspecten van zijn innerlijke
wereld, deze vorm te geven, eventuele belangrijke conflicten uit te werken.
In een psychodrama groep vindt veel overdracht onder de groepsleden plaats,
maar door het voortdurend spelen van rollen in elkaar's psychodrama wordt
veel van deze overdracht snel opgelost en ontstaat er meer awareness van de
tele-relaties. Er worden vele verschillend rollen vanuit ieders gezin van
herkomst, werk en persoonlijkheidsstructuur uitgespeeld.
De groepsleden zullen daardoor steeds bewuster zijn van wie de anderen in
de groep
werkelijk zijn en tot wie ze aangetrokken worden en tot wie niet. Door de
groeiende awareness van het teleproces, de telerelatie, zal de groepscohesie
snel groeien.
Het individuele en het onderdeel van een groep zijn, het structurele aspect
en het
proces zijn belangrijke onderdelen van psychodrama
In een psychodrama groep kunnen dus aspecten van psychoanalyse (individueel
en structureel), als ook van gestalttherapie (proces van awareness en individu
als deel van het geheel) een belangrijke en geïntegreerde bijdrage leveren.
Moreno schrijft hierover in" Soziometrie als experimentelle Methode"
(1981, 31):Psychoanalyse
und Gestaltlehre treffen natürlich in der Soziometrie zusammen, da diese
eine Synthese der Beiden darstellt.
Moreno is altijd al geïnteresseerd geweest om andere methoden te
integreren in psychodrama. Het is zijn streven geweest om de verschillende
therapeutische stromingen dichter bij elkaar te brengen.
In volume 2 (1946, pag 3) schrijft hij daarover:
"How can the various methods be brought into agreement, into a single,
comprehensive system? In the course of these lectures I am going to stress
the common denominators rather than the differences. I will attempt to tie
together all varieties of modern psychotherapy."
En:" One has to have a open, flexible mind."
In 1989 schrijft Ramon Ganzarain hierover in zijn boek Objectrelations
Group Psychotherapy (pag 12):
"There is a conceptual kinship between the psycho-analytic Objectrelations
and the psychosocial role theories that become clearer when relating the analytic
idea of identification with the psychosocial notion of role. The concept of
role perhaps also brings object relations theory closer to psychodrama. "
1.1 Psychodrama en ego-versterking bij kwetsbare protagonisten
Het toepassen en integreren
van het persoonsmodel van en de inzichten over egoversterking vanuit de psychoanalyse
in psychodrama kan een belangrijke bijdrage leveren in het werken met kwetsbare
protagonisten, zoals de borderline-patiënten. Borderlines zijn emotioneel
gevoelig en labiel- ze zijn regelmatig boos, sterk gefrustreerd, depressief
en angstig.
J.J.L.Derksen en F.J.D.Donker, schrijven in hun boek De borderline patient
( 1990) dat de psychoanalytische psychotherapie hiervoor een succesvolle behandelingsvorm
is:
"In essentie komt de behandeling er op neer dat er ego-analyse in
plaats van id-analyse plaats vindt. In het kader daarvan vindt de behandeling
zittend plaats. Positieve overdracht wordt opgewekt, maar niet geïnterpreteerd,
negatieve overdracht wordt niet gestimuleerd, maar zo snel mogelijk geduid.
Interpretatie is vooral gericht op de primitieve afweermechanismen (splijting
en dergelijke) die de patiënt hanteert en steeds gericht op versterking
van de relatie tot de realiteit .Genetische duidingen worden veelal vermeden,
diepliggende agressie wordt gerelativeerd, de gezonde delen van de persoon
worden versterkt, de objectconstantie verbeterd en ageren wordt door de behandelaar
actief onder controle gehouden. De behandelaar is dus in mindere mate dan
volgt uit de psychoanalytische richtlijnen, abstinent en zal zich afhankelijk
van het type borderline patiënt en de fase van behandeling meer als persoon
laten gelden. Hierdoor kan de objectconstantie gestimuleerd worden, de therapeut
wordt voor de patiënt een herkenbare, betrouwbare persoon. Hiervan kan
verwacht worden dat via identificatie- en internalisatieprocessen het ego
van de patiënt uitgebreid en eventueel gereconstrueerd kan worden".
In het werken met de persoonlijkheidsstructuur
in het psychodrama wordt juist veel gewerkt met identificatie- en internalisatie-processen,
met het eigen maken van positieve aspecten / eigenschappen en gevoelens, met
het leren hanteren en controleren van agressie, waarbij de director een actieve
en positieve constante rol heeft. De structuur van het ego wordt gevalideerd.
De bevestiging( acceptatie) en vormgeving van de beleving van de protagonist
van zichzelf wordt doordat groepsleden deze voor hem neerzetten heel concreet
en daardoor bestuurbaar.
Het positief werken met weerstand als vorm van ego-versterking is daarbij
een voorwaarde voor structurering en regulering.
In vergelijking met de psychoanalyse heeft psychodrama meer mogelijkheden
voor het uitdrukken van en het juist daardoor valideren van (de vroegere verboden)
emoties van de protagonist. De regulatie is daardoor voor de protagonist makkelijker.
Marsha Linehan, schrijft hierover in haar boek "Borderline" (1996);
"Veel borderlines
komen uit een omgeving waar ieder ander een perfecte beheersing van zijn of
haar emoties laat zien. Bovendien hebben die anderen zich onverdraagzaam en
sterk afkeurend getoond, omdat de cliënt niet in staat was en is een
vergelijkbare beheersing aan de dag te leggen. Vaak zullen borderlines iedere
poging om hun emoties te beheersen weerstaan, omdat een dergelijke beheersing
zou inhouden dat de andere mensen gelijk hebben en dat zij het mis hebben
door zich te voelen zoals ze zich voelen. Emotie regulatievaardigheden kunnen
dus alleen geleerd worden in een context van emotionele zelfvalidatie. Evenals
intermenselijke effectiviteit en het verdragen van crises vereist emotieregulatie
om toepassen van oplettingsvaardigheden (Dit sluit nauw aan bij wat Verhofstadt-Denéve,1994,
beschrijft over de betekenis van psychodrama en zelfreflektie voor persoonsontwikkeling)-
in dit geval het oordeelsvrije observeren en beschrijven van de eigen emotionele
reacties. De theorie hierachter is dat veel van het emotionele onbehagen van
borderlines voortkomt uit secondaire reacties (intense schaamte, angst, woede)
op primaire emoties. Vaak passen de primaire emoties in de context. De vermindering
van dit secondaire onbehagen vereist een blootstelling aan de primaire emotie
in een oordeelsvrije atmosfeer."
Vooral dit laatste (blootstelling aan primaire emotie in een oordeelsvrije
atmosfeer) is wat de protagonist op een veilige en controleerbare (ook voor
de direktor) wijze, kan doen tijdens psychodrama, en wel in het tempo wat
hij of zij aan kan.
Bij dit proces van acceptatie en toe-eigening is de ontwikkeling van het Ik-aspect,
zoals beschreven in de gestalttherapie voor de kwetsbare mens de basis van
regulering van het eigen innerlijk en relationeel leven. Zowel het proces
van identificatie en vervreemding als de daarmee verbonden ervaring van de
eigen levensruimte (Windels,1981) en grensontwikkeling (Bastiaans,Verlating).
Het kunnen maken van eigen keuzes, ervaren van de eigen verantwoordelijkheid
en vrijheid met betrekking tot wie men is en wil zijn, biedt een nieuw perspectief
en daardoor een gevoel van zelfrespect en hoop op een meer menswaardig bestaan
en deelname aan het maatschappelijk leven.
1.2 De betekenis van een psychodramagroep voor ego-versterking.
Een groep bestaat uit een complex relatienetwerk, een groepslid verhoud zich
in zichzelf en met zichzelf, met de andere groepsleden en met de groep als
geheel. Ramon Ganzarain (1989) schrijft hierover in zijn boek Objectrelations
Group Psychotherapy (blz 3): "Actually,
the group-as-an-entity is often represented by emotionally laden mental images
manifested in the patients dreams, fantasies, or responses to group meetings.
Therefore the group therapist may sometimes focus attention on the interactions
taking place, within each member's mind, between the self ande group-as-an-entity"
Door de snelle ontwikkeling
van groepscohesie in psychodramagroepen kan een groep al snel een goede moeder
worden. Ganzarain (1989):
"The group as an object is often seen as a caring, maternal one"
De groep kan gezien ook worden als de (gedeeltelijk) geprojecteerde persoonlijkheidsstructuur
van het individuele groepslid, de groep kan een container zijn van een aantal
moeilijk te accepteren, te verdragen eigenschappen/ gevoelens(objects).
Ganzarain ( 1989, pag 12):
"The concept of role describes the mental meeting point between parts
of an individual's identity, or self, and the group expectaations and needs,
the point, whereboth converge and meet."
Het groepslid internaliseert en integreert "nieuwe" kwaliteiten,
eigenschappen, gevoelens en gedachten door de rollen die hij speelt in eigen
psychodrama's, maar zeker ook in psychodrama's van anderen, die hij nodig
heeft voor zijn ontwikkeling. Door overdracht, door te kunnen projecteren
ontvouwt een groepslid (voor een deel onbewust maar door het meer ontwikkelen
van zelfreflectie en awareness steeds meer bewust) zijn haar persoonlijkheidsstructuur.
De groep heeft daarmee een funktie van container van de psychische wereld
van het groepslid.
In een groep kunnen intra-psychische conflicten opnieuw tussen-persoonlijk
gemaakt worden; interrealisaties kunnen weer geprojecteerd en retroflecties
weer
naar buiten gericht worden. Waardoor een meer wenselijke ordening kan plaats
vinden. Door het spelen in elkaar's psychodrama's kan dit proces versneld
plaatsvinden.
Ganzarain (1989, pag 14):
"A group patient's self can be modified through an identification with someone else- the therapist or a groupmate or a lost love object. Introjection as a defense mechanism may recreate, bring back, to that patient's mind vivid images of an object, which may induce a transformation of that patient's self, making the patient imitate or become identified with such object. Other patient's selves may change by eliminating unwanted split parts of their selves into external "containers", which; through projectave identification, become like the initially rejected parts of the patient's selve eliminated as unwanted"
En verder op schrijft hij:
"The boundary
permeability allows for change within the self leading to changes, sometimes
to improvement or personal growth. Thus the object relations theory offers
concepts and approaches that provide an understanding of how grouppsychotherapy
induces change.
Roleplaying in a psychodramatic situation lends itself to a patient asking:"
Who am I, really? Is this a genuine part of me?" Often playful participation
in a dramatic "game" brings out performances where spectators might
wonder:Was that behaviour part of the role portrayed or is that the "real"
self? Psychodrama can thus help to explore issues related to the false self
and the obstacles in expressing the real one.
The real selve may be underdeveloped because of conflictual needs to deny
and to block it, or to split it as a parasitic subself. The real self may
aso be burried underneath repressions, or evacuated out through projections,
or evacuated through projections.
Psychodramatic techniques, such as " alter ego" or "role-reversals",
can be related, on the one hand , to the exploration of the unconscious( somehow
related to free association) , while, on the other hand, they can be conceptualized
as the psychodramatist offering himself to become a "container"
or a "transference screen", where the "split parts" are
projected on a screen. The role-reversal technique lends itself to bringing
out into the open parts of the self so far kept as alien by ongoing projections.
The entire group or some groupmates can become "self objects for a given
patient, whose self may blossom, through absorbing the positive mirroring
offered to him
By the group as a self object, validating the individuals aspirations, ideals,
and efforts, or developing an expanded view of the self now seen through somebody
else' s eyes. In groups, the self can contain a sense of belonging and of
being valued"
Yalom beschrijft in zijn
boek groepstherapie uitgebreid de genezende, egoversterkende factoren ( gebaseerd
op veelvuldig onderzoek) van psychotherapiegroepen. Hij noemt in volgorde
van belang o.a. de volgende faktoren:
1 Leren van elkaar: de investering
2 Catharsis
3 Cohesie
4 Zelfinzicht
6 Existentiële faktoren
7 Universaliteit
8 Het wekken van hoop
9 Altruïsme
10 Het herbeleven van de vroegere gezinssituatie
Ook benoemt hij nog factoren
als zelfonthulling, warmte, steun bieden en verantwoording nemen.
In de psychodramagroepen zien wij dat mensen snel inzicht krijgen in hun persoonlijkheidsstructuur
en gedrag, en dat daarbinnen vrij snel positieve
veranderingen plaats vinden door psychodrama's van hen zelf en anderen.
In psychodrama leren en laten protagonisten veel, vanuit direct ervaren
(voelen, denken en handelen) van zichzelf zien (acceptatie en zelfonthulling),
worden gevoelens en gedachten geuit op diverse manieren (catharsis ). Ze krijgen
veel steun en warmte en nemen zelf verantwoording voor hun keuzes, vinden
nieuwe antwoorden (spontaniteit). Vooral de sharing is van belang voor het
ervaren van universaliteit, acceptatie, betrokkenheid en warmte. Door het
kijken naar en deelnemen aan de psychodrama's zien/ ervaren de andere groepsleden
hoe de protagonist moeilijke gevoelens kan dragen en oplossingen vindt (hoop).
Vrij snel ontstaat er een grote groepscohesie, waardoor de groepsleden op
een sterk positieve wijze ervaren dat ze onderdeel zijn van een groep (microcosmos/
sociogram/ sociaal atoom) met meerdere sterke en wederzijdse tele-relaties
Moreno zegt hierover:
'It was observed that those participants in sociograms who produced a greater
degree of cohesiveness in their group formation than others showed also in
life situations a higher rate of interaction than those in the sociogram with
a lower degree of cohesiveness.'
In het delen van eigen
ervaringen, deelnemen aan en steun bieden in elkaars psychodrama ervaren groepsleden
sterk hun waarde en betekenis in relatie tot anderen.
Door het intensieve identificatieproces (voelen, denken en handelen) en de
ontwikkeling van hun spontaniteit (verantwoordelijkheid) en zelfreflectie
kunnen de groepsleden dat wat ze ontdekt en geleerd hebben werkelijk en blijvend
eigen maken en toepassen in hun leven. Ze komen als een rijker, sterker en
creatiever mens uit de groep.